Ons gebouw

Ons kerkgebouw bevindt zich aan de Burgwal 85 in de binnenstad van Kampen.  Na het afbranden van een oudere Lutherse kerk In de Bossteeg (Lutherse Steeg in de volksmond) in 1841, wordt deze kerk in neoklassieke stijl ontworpen door stadsarchitect Nicolaas Plomp en in 1843 in gebruik genomen. Het gebouw is een rijksmonument.

Zwaan

Boven op het dak van de kerk prijkt een zwaan. Vandaar dat Kampenaren dit gebouw ‘de zwaantjeskerk’ noemen. Binnen is een zwaan boven de preekstoel te vinden.  
Het is een herkenningsteken van Luthersen In Nederland en Noord Duitsland, gebaseerd op een oud verhaal.  De Tsjechische hervormer Johannes Hus wordt in 1415 (honderd jaar vóór Luther), als ketter verbrand. Op de brandstapel zou hij gezegd hebben: ‘Jullie braden nu wel een gans, maar na mij komt een zwaan die jullie niets kunnen doen.’ Met die zwaan zou hij Luther hebben bedoeld. 
Wat er van waar is weten we niet en moeten we aan de verbeelding overlaten. We weten alleen dat Luther in één van zijn brieven zegt: ‘Ik vind de zwaan een mooi symbool voor de kerk. De zwaan is een koninklijke vogel die in eenzaamheid leeft. Zo zou onze kerk moeten zijn. Niet met uiterlijk vertoon, maar in stilte dienend en de wacht houdend bij woord en sacrament’.

Het Liturgisch Centrum

De kanselbijbel (uit 1702) is door ds. J.W. Beversen (predikant van 1859- 1863) aan de gemeente geschonken. Het licht wordt gesymboliseerd door twee grote kandelaars op de altaartafel. Op de altaartafel zelf en aan de kansel hangen liturgische kleden. Deze worden aangepast aan het kerkelijk jaar: paars in tijd van bezinning, advent en passietijd, Witte Donderdag en op Goede Vrijdag, wit met Kerst en met Pasen, rood met Pinksteren en Hervormingsdag en groen tussen Pasen en Advent.

Doopvont

In onze kerk staat een uniek doopvont. Het is predikant Frans Bannink die de onderdelen in de jaren zeventig meebracht uit Israël (eigenlijk gesmokkeld, want het oude hout mocht Israël niet uit). De doopvont bestaat uit een olijfhouten stam uit Bethlehem en een steen uit Nazareth. Nog altijd wordt dit doopvont gebruikt bij het dopen van kinderen. Daarmee wordt hun aanwezigheid in het midden van de gemeenschap bezegeld met water van leven.

Glas-in-lood-ramen

Voor in de kerk zijn twee prachtig gebrandschilderde ramen te zien, met twee hoogtepunten uit de bijbel: Mozes met de tien woorden voor een goed leven en Jezus met de Bergrede van liefde. 
Bekostigd door het geld dat gemeenteleden bijeen hebben gebracht zijn ze in 1946 geplaatst ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de gemeente.
Met de oorlog nog vers in het geheugen herinneren ze ons eraan dat een wereld van vrede alleen mogelijk is onder de leefregels van het Eerste Testament en de liefde van het Tweede Testament, zichtbaar gemaakt door Jezus Christus.

Het orgel

Het orgel is gebouwd in 1843 door C.F.A. Naber (Deventer). In 1910-1911 is het orgel door J. Proper uitgebreid met een tweede manuaal. In 1941 zijn er door H.W. Flentrop (Zaandam) werkzaamheden aan het orgel verricht. In 1986 heeft Maarten Oranje wijzigingen in de dispositie en intonatie aangebracht tijdens een grote onderhoudsbeurt. Die was noodzakelijk door de gevolgen van het stoken met heteluchtverwarming. In 2005 zijn enkele koppelingen vernieuwd en zijn kleine wijzigingen aangebracht in de dispositie.
Het orgel bevindt zich achterin de kerkzaal boven de ingang. De speeltafel bevindt zich aan de linkerzijkant. Er zijn 16 registers, verdeeld over ‘hoofdwerk’, ‘bovenwerk’ en ‘pedaal’.
Hoofdwerk (C-f3):
– Bourdon 16′ – Prestant 8′ – Holpijp 8′- Quintadeen 8′- Octaaf 4′ – Gemshoorn 4′ – Octaaf 2′ – Mixtuur 2-5 st. – Trompet 8′ B/D.
Nevenwerk (C-f3):
– Fluit Dolce 8′ – Viola de Gamba 8′ (C-H in Fl. D.) – Roerfluit 4′ – Gemshoorn 2′ (was vox celeste 8) – Cornet 3 st.
Pedaal (C-d1):
– Subbas 16′ (transmissie) – Gedekt 8′ (uit Subbas)
Tremulant
Manuaalkoppel – P + HW – P + NW
Samenstelling Mixtuur: C: 1 1/3 – 1; G: 2 – 1 1/3 – 1; f0: 2 2/3 – 2 – 1 1/3 – 1; c1: 4 – 2 2/3 – 2 – 1 1/3; c2: 5 1/3 – 4 – 2 2/3 – 2; c3: 5 1/3 – 4 – 4 – 2 2/3 – 2.
Samenstelling Cornet: 2 2/3 – 2 – 1 3/5