Wie was Maarten Luther?

Maarten Luther wordt geboren op 10 november 1483 in Duitsland.

Hij wordt door zijn ouders streng Christelijk opgevoed, en krijgt van hen de kans om rechten te gaan studeren aan de universiteit van Erfurt. Tijdens een hevig onweer, waarin hij vreselijk bang is, doet hij aan de heilige Anna een belofte, omdat hij zeker wil zijn van zijn zaligheid. Hij stapt in 1505 het klooster van Erfurt binnen. Uiteindelijk wordt hij priester, en weer later doctor in de theologie.

Luther zocht naar vrede in zijn hart, hij worstelde veel met het woord gerechtigheid.

Luther had veel angsten en deed er alles aan om onder Gods oordeel te ontkomen.

Hij ontdekte, door de brief van Paulus aan de Romeinen, dat je niet zelf voor de vergeving van je zonden hoefde te zorgen, je leeft uit genade. Zonde kun je niet afkopen.

In die tijd werden aflaatbrieven verkocht door John Tetzel. Met deze brieven kon je je zonden afkopen. De opbrengst van deze brieven was voor de nieuw te bouwen St. Pieterskerk in Rome.

Luther kwam erachter door het Nieuwe Testament te lezen, dat je zonden niet af kunt kopen, maar dat je oprecht berouw naar God moet tonen. Alleen op deze manier kunnen je zonden vergeven worden. De mensen in deze tijd hadden dit nog niet eerder gehoord omdat de Bijbel in het Latijns was geschreven, een taal die alleen de priester konden lezen en spreken.

De leer van Luther tegen de aflaathandel en de goede werken maakte heftige reacties los bij de Roomse kerk. Op 31 oktober 1517 timmerde Luther een papier op de deur van de kerk in Wittenberg. Hierop staan 95 stellingen geschreven. De stellingen vertellen de mensen waarom ze niet moeten geloven in de aflaathandel. Deze dag noemen we Hervormingsdag, en  wordt nog jaarlijks herdacht. De stellingen worden in een groot tempo verspreid door heel Duitsland. Dit kon zo snel omdat op dat moment ook de boekdrukkunst was uitgevonden.

Luther moet voor de inquisitie in Rome verschijnen. Dit is de rechtbank van de kerken.

Hij gaat hier niet naar toe. Dan komt er een dwangbevel uit Rome: Luther moet al zijn boeken en stellingen herroepen en verbranden. Luther trekt zich hier niets van aan, en verbrandt het bevel.

Tenslotte moet Luther op de rijksdag in Worms verschijnen om zijn boeken te herroepen.

Luther doet dit niet en wordt in de ban gedaan. Hij is nu vogelvrij verklaard.

Door vrienden wordt hij ontvoerd en naar kasteel Wartburg gebracht. Beschermt door Prins Frederik verblijft Luther daar een tijd. Hij begint in deze tijd aan de vertaling van het Nieuwe Testament in het Duits. Op deze manier zorgt Luther voor de eerste Duitse Bijbelvertaling.

Als deze vertaling klaar is, biedt hij hem aan Prins Frederik aan, omdat de prins hem altijd heeft gesteund en vertrouwd.

Na een paar jaar komt er een burgeroorlog. De boeren komen in opstand tegen de edelen, vorsten en ridders.  De boeren zijn ontevreden, ze worden onderdrukt en leven in grote armoede.

Van het kleine beetje geld dat ze hebben, moeten ze veel geld aan de kerk betalen.

Maarten Luther kiest partij voor de boeren. Maar als ze doorslaan, en de meest vreselijke dingen gaan doen, keurt Maarten het niet meer goed. Hij komt uit zijn schuilplaats vandaan en gaat terug naar Wittenberg. Hij probeert de boeren over te halen om op een andere manier te werk te gaan, en aan de vorsten vraagt hij of ze een eind willen maken aan deze gruwelijkheden.

Ondertussen krijgt Maarten van de vorsten, wel weer de schuld van alle ellende. Hij heeft dat “domme volk”zo wijs gemaakt. Gelukkig is er een einde aan gekomen, alhoewel dit niet op een goede manier ging. Het is een erge oorlog geweest.

Later trouwt Luther met Catherina van Bora (zij was een gevluchte non).

Tot zijn dood heeft Luther zijn werk voortgezet. Hij schreef boeken, catechismussen en de Geloofsbelijdenis. Hij heeft met zijn leven de kerk op een bijzonder wijze gediend.

Luther is overleden in 1546.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.